
Sinds jaar en dag zijn de mensen in de Grafschaft Bentheim nauw verbonden met hun gebruiken. De Grafschafters worden in de literatuur als "gehecht aan eigen bodem" en "vergroeid met de aarde" beschreven. Mensen die uit hun land werden verdreven en vluchtelingen brachten op hun beurt weer nieuwe gebruiken en eigen culturen mee, waardoor de regionale gebruiken deels vervormd en veranderd werden. De "oer-Grafschafters" hebben zich echter steeds ingespannen om hun tradities te behouden, zodat tegenwoordig nog bepaalde gebruiken als het "midwinterhoornblazen", het "klootschieten" of het oprichten van "Pinksterkronen" in bepaalde jaargetijden opleven.

Naast het luiden van de klokken (beieren) wordt ook het klootschieten rond de jaarwisseling als het ware als "symbolische handeling" bij het begin van een nieuwe tijd (winterzonnewende) als gebruik in stand gehouden. Het spel met de rollende "kloot" is zonder twijfel heel oud. Volkskundigen zijn van mening dat het al sinds duizenden jaren bestaat. Tijdens het Duitse Turnfest in Leipzig werd het klootschieten in 1913 als tak van sport gepresenteerd. Het spel is verwant met het oost-Friese "bosseln". De volkssport werd vroeger vooral in de gemeenten Uelsen en Nordhorn bedreven. Maar de Nederlandse grensregio's gelden eveneens klootschieters-bolwerken, zodat het ook bij deze sport tot internationale "wedstrijden" komt. Aan het begin van het nieuwe jaar treffen overal in de Grafschaft kleine klootschietersgroepen elkaar voor een gezellige krachtmeting. Voor het spel begint wordt door de teams een stuk weg met start- en eindpunt uitgezet. Ook de volgorde waarin de spelers moeten aantreden wordt voor het hele verloop van de wedstrijd vooraf afgesproken. De eerste werper van een team probeert de kloot met een schot op de weg een zo groot mogelijke afstand te overbruggen. Werper nummer 1 van de tegenpartij moet dan z'n best doen om met zijn worp zijn tegenstander zo mogelijk nog te overtreffen. Bereikt zijn kloot de ander niet, dan moett de tweede speler van het achterliggende team eerst weer gooien. Schieter nummer 2 van het eerste team zet het spel voort, wanneer zijn kloot achter ligt. Enzovoort, enzovoort…Winnaar is dat team dat over de hele wedstrijd het verst geschoten heeft. Na afloop van het spel wordt de "klootkoning" gekozen. Hiervoor mikken beide teams afwisselend op een lege jeneverfles. Koning(in) is degene die fles zodanig raakt dat deze breekt. Overigens: Steeds weer zijn er bij de worpen "blindgangers" - kloten, die in de sloot terechtkomen of in de bosjes belanden en maar zelden worden teruggevonden. In elk geval hoeft niemand zich het zoeken te vervelen! En na gedane arbeid wordt er met "Mettwosst en Moos", een stevige boerenkoolmaaltijd, in gezellige kring flink gevierd.

In de Grafschaft Bentheim worden rond de kerst en de jaarwisseling oude tradities en gewoonten weer levend. Op de "Brauchtumstag" in de Grafschaft Bentheim kan kennis worden gemaakt met gebruiken en gewoonten uit de geschiedenis. Hier worden onder andere bijzondere specialiteiten uit de streek bereidt – net als vroeger aan open stookplaatsen en door koks in historische klederdrachten. Op de menukaart staan onder andere "Ouderwetse Knieperties", in Nederland bekend als "knijpertje", een zoete, dunne wafel, alsmede hete grog en versgebakken "Schohsollen". Schohsollen is dialect en betekent schoenzool, het zijn platte stevige koeken in de vorm van een schoenzool, die met een oud zwaar met de hand gesmeed ijzer boven het vuur worden gebakken. Op de Schohsollenijzers vindt men vaak gegraveerde familienamen, wapens of Bijbelspreuken. In de families van de Grafschaft worden deze oude ijzers vaak van generatie op generatie vererfd. Een ander culinair highlight van de "Brauchtumstag" zijn de "Kettelhänschen". Dat zijn kleine, ronde metworstjes, die uit een dampend waterbad worden gehaald en met brood en mosterd worden opgediend.

Bij het midwinterhoornblazen gaat het om een oud, heidens gebruik, dat zowel in de Grafschaft Bentheim als in Nederland werd bedreven. Door het blazen zouden enerzijds boze geesten worden verdreven, terwijl aan de andere kant werd gebeden om een goede oogst en het behoeden voor rampspoed. Het blazen diende echter ook voor het overbrengen van boodschappen van boerderij naar boerderij, wanneer hulp nodig was. Verwant met de midwinterhoorn zijn de alpenhoorns. Er kan alleen solo op de hoorn worden geblazen. Bij helder, vriezend weer is een midwinterhoorn over een afstand van 10 km of meer te horen. Het eeuwenoude gebruik wordt rond de jaarwisseling door verscheidene blazersgroepen in het Duits-Nederlandse grensgebied in ere gehouden. Daartoe vindt op de vierde zondag van de Advent een grote midwinterhoornwandeling plaats. Op een van tevoren vastgestelde wandelroute van ongeveer ca. 10 tot 12 km, dan wel een kleinere wandelroute van ca. 6 km klinken dan op ongeveer 25 plaatsen de midwinterhoorns.
Één keer per jaar legaal kansspel op straat voor iedereen
In Nordhorn en Bad Bentheim vindt traditioneel elk jaar op 5 december het Sinterklaasdobbelen plaats. Als die dag op een zondag valt, zoals dit jaar het geval is, wordt er een dag eerder gedobbeld, op 4 december dus. In restaurants, bij de bakkers en ook in andere winkels kan men dobbelen en allerlei lekkere dingen zoals taart, bonbons, ham en worst winnen.
De spelregels zijn heel gemakkelijk. Er wordt met drie dobbelstenen en met behulp van een dobbelbeker gespeeld. Speler betalen voor een bepaalde prijs, bijvoorbeeld een taart, een inzet van bijv. 1 € per persoon. De speler met het hoogste aantal ogen wint. Als spelers hetzelfde aantal ogen gooien, moet er zo lang worden gedobbeld, totdat iemand wint.
Strikt genomen is dit een kansspel op straat en dus verboden, maar één keer per jaar mag het met toestemming van de overheid toch worden georganiseerd. Al meer dan 120 jaar wordt dit “Dobbeln”, zoals het in Nordhorn wordt genoemd, op Sinterklaasavond gehouden. Zo deelde “de landräthliche Hülfsbeamte” (de hulpambtenaar van de districtscommissaris) in het jaar 1888 op aanvraag mee “dat er geen bijzondere ambtelijke vergunning wordt verleend, maar dat het zgn. dobbelen op deze bepaalde dag zoals vroeger wordt geduld, mits de openbare orde niet wordt verstoord”. Het dobbelen wordt dus toegestaan op grond van de traditie en het gewoonterecht dat hieruit is ontstaan.
Aan de kraampjes zetten de winkeliers en markthandelaren het publiek luidkeels aan om mee te doen. Het dobbelen zorgt altijd voor een gezellige drukte en de mensen die willen meespelen, moeten soms moeite doen om de spelerstafel te bereiken en hun geluk te beproeven. De gezelligheid en de kans op een mooie prijs trekken zelfs bussen vol met bezoekers uit Münster of Osnabrück aan. Natuurlijk speelt het feit dat je ergens anders niet kunt en mag dobbelen ook een rol: voor veel mensen geeft dat het evenement een exotisch tintje.