

Het heidelandschap rond Uelsen
Uitgestrekte vlaktes bij naaldbossen vindt men in de omgeving van de heuvelruggen bij Itterbeck. Voorheen werden deze vlaktes gevormd door de honderden jaren oude heidebewerking. Restanten van deze landschapsvorm zijn tegenwoordig nog behouden gebleven in het ongeveer 85 hectare grote natuurbeschermingsgebied "Itterbecker Heide". In het gebied Halle-Hesingen aan de Duits-Nederlandse grens wordt bovendien door middel van beweiding van de heidevegetatie en gemeenschappelijk beheer van de twee grensoverschrijdende beschermde gebieden "Hesinger Heide" (D) en "Het Springendal" (NL) het oorspronkelijke landschapsbeeld gereconstrueerd. Voor wandelvrienden een ideaal gebied, dat ook op wat koelere dagen een bijzondere natuurbelevenis biedt. Op de Lönsberg zorgt daarbij nog een 34 meter hoge uitkijktoren voor een uniek uitzicht over de Grafschaft Bentheim.
De hoog- en laagveengebieden in de Grafschaft Bentheim
Ook van de ooit grootschalige hoog- en laagveengebieden zijn nog kleine stukken behouden gebleven. Met het begin van de industrialisering zijn tengevolge van mechanische afwatering, cultivering en turfafgraving de natuurlijke grondlagen van het moeraslichaam helaas verregaand verwoest. Vooral in de Niedergrafschaft vindt u echter grenzend aan het Emsland en aan Nederlandse kant in de provincie Drenthe nog veel tekens, die verwijzen naar het gebruik van het moeras in het verleden, maar ook naar de aanwezigheid van aardolie en aardgas. En ook in de onder de Natuurbescherming vallende gebieden in de Obergrafschaft, evenals in het Gildehauser Venn (650 ha) en in het Syen-Venn met zijn vogelkolonies, hoog- en laagveenresten behouden worden. Soortgelijke inspanningen worden nagestreefd voor het behoud van de overgebleven natte graslandvlakten in het noordelijk en oostelijk deel van de Niedergrafschaft. Vooral voor wad- en weidevogels betekenen genoemde vlakten een belangrijk stuk levensruimte. Maar ook hier moeten de belangen van natuurbescherming worden afgewogen tegen die van de landbouw.
Uitloper van het Teutoburger Wald
Als goede laatste moet natuurlijk nog worden gewezen op de meest westelijke uitloper van het Teutoburger Wald. In Bad Bentheim wordt deze tot de grootste bergburcht van noordwest Duitsland gekroond. Aan de kuurstad grenst het Bentheimer Wald met zijn oude eiken- en beukenbestand, dat tegelijkertijd ook het thuisland is van het laatste in het wild levende roodwild in het Weser-Ems-gebied.